Reglement Geschillenregeling NVAS

Preambule

a. De Nederlandse Vereniging van Adviseurs inzake Subsidies en andere overheidsstimuleringsregelingen kent Gedrags- en Beroepsregels: de zgn. beroepscode

b. Deze Beroepscode bevat regels en normen die een subsidieadviseur in acht behoort te nemen bij de uitoefening van het beroep.

c. De NVAS heeft de wens geuit een Commissie van Geschillen (hierna te noemen CvG) in te stellen ter advisering van het Bestuur bij inbreuk op deze Gedrags- en Beroepsregels; het Bestuur heeft derhalve een Reglement Geschillenregeling NVAS ter goedkeuring voorgelegd aan de algemene ledenvergadering en deze goedkeuring op 8 juni 2000 verkregen.


Artikel 1. Begripsomschrijving

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

De Vereniging:

De Nederlandse Vereniging van Adviseurs inzake Subsidies en andere overheidsstimuleringsregelingen (de NVAS)

De Statuten:

De Statuten van de vereniging

Het Bestuur:

Het Bestuur van de vereniging

De Commissie van Geschillen:

De Commissie van Geschillen van de vereniging (CvG)

Een aspirant lid:

Een aspirant-lid van de vereniging

Een gewoon lid:

Een gewoon lid van de vereniging

Een geassocieerd lid:

Een geassocieerd lid van de vereniging

Een lid van de vereniging:

Een aspirant-lid, gewoon lid dan wel geassocieerd lid van de vereniging.

Advies:

Alle advies- en verkrijgingswerkzaamheden inzake subsidies en overheidsstimuleringsregelingen in opdracht van derden om baat.


Artikel 2. Benoeming en samenstelling van de CvG

2.1 Er is een Commissie van Geschillen (CvG) van de vereniging (NVAS)

2.2 De CvG wordt benoemd door de algemene ledenvergadering op voorstel van het Bestuur .

2.3 De CvG bestaat uit drie personen, allen gewone leden van de vereniging en kiest uit haar midden een voorzitter, een waarnemend voorzitter en een secretaris.

2.4 Tegelijk met de benoeming van CvG wordt ten minste een plaatsvervangend lid van de CvG benoemd door de algemene ledenvergadering op voorstel van het Bestuur.

2.5 De benoemingen geschieden voor een termijn van maximaal vier jaar.


Artikel 3. Taken en bevoegdheden van de CvG

3.1 De taak van de CvG is het in behandeling nemen van klachten van derden over het niet, niet volledig of niet correct naleven door handelen en/of nalaten van de gedrags- en beroepsregels door een gewoon lid van de Vereniging in de situatie dat een derde een opdracht tot advies heeft gegeven en vervolgens de klachtenbehandeling af te sluiten met een beslissing als bedoeld in artikel 5 van dit reglement.

3.2 De CvG neemt uitsluitend klachten in behandeling die betrekking hebben op de overtreding van de gedrags- en beroepsregels van de NVAS door leden van de vereniging. Daar het lidmaatschap van de vereniging individueel is zullen uitsluitend klachten tegen individuele leden in behandeling genomen kunnen worden. Klachten tegen bedrijven en organisaties, waar leden werkzaam zijn, zijn derhalve niet ontvankelijk.

3.3 Een lid van de CvG moet zich verschonen en kan worden gewraakt indien te zijnen aanzien feiten of omstandigheden bestaan bijvoorbeeld familiebanden, zakelijke banden als beroepsuitoefening vanuit een maatschap of eenzelfde werkgever of een ander betrokkenheid, waardoor de vereiste onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

3.4 Indien een lid van de CvG zich verschoont danwel wordt gewraakt of om andere dringende redenen zijn taak niet naar behoren - dit ter beoordeling van het Bestuur -kan vervullen, wordt zijn plaats ingenomen door het plaatsvervangend lid, dat het Bestuur aanwijst.


Artikel 4. Procedure van behandeling

4.1 De CvG neemt elke schriftelijke klacht van een derde, hierna te noemen klager, over het niet, niet volledig of niet correct naleven door handelen en/of nalaten van de gedrags- en beroepsregels door een lid van de vereniging in behandeling. De CvG stelt een klager, die in verzuim is de klacht schriftelijk gedaan te hebben, gedurende één maand in de gelegenheid alsnog de klacht schriftelijk in te dienen.

4.2 Het Bestuur zendt een bij hem ingekomen klacht onverwijld door naar de CvG.

4.3 De CvG zendt, direct nadat zij de klacht heeft ontvangen, een bericht van ontvangst aan de klager en zendt gelijktijdig aan het lid tegen wie de klacht is ingediend alsmede aan het bestuur een afschrift van de klacht.

4.4 Bij de toezending van het in 4.2 bedoelde afschrift wordt medegedeeld dat het lid tegen wie de klacht is ingediend binnen een door de voorzitter van de CvG te bepalen termijn van tenminste één maand een verweerschrift kan indienen. Bij ontvangst van dit verweerschrift zal de CvG aan de klager een afschrift van het verweerschrift toezenden. Daarnaast zorgt de CvG ervoor dat klager en het lid, tegen wie de klacht gericht is, onverwijld beschikken over afschriften van alle andere door wederpartij in de procedure gebrachte stukken.

4.5 De CvG is bevoegd ieder van de partijen op een termijn van ten minste één maand op te roepen om voor haar te verschijnen voor nader verhoor. De CvG is tot zo een oproeping verplicht, indien voor afloop van een termijn van één maand na het verzenden van het afschrift van het verweerschrift aan de klager, één der partijen hiertoe een schriftelijk verzoek heeft gedaan.

4.6 Partijen kunnen zich bij het nader verhoor doen bijstaan door een raadsman.

4.7 Partijen kunnen bij het nader verhoor het door hen gestelde met getuigen bewijzen en/of met deskundigen nader motiveren.

4.8 De CvG maakt proces verbaal op van elke hoorzitting en zendt hiervan afschrift aan partijen. Een partij, die niet bij de hoorzitting aanwezig is geweest of niet in de gelegenheid is gesteld tijdens de hoorzitting op het behandelde te reageren, wordt door de CvG éénmaal in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van één maand schriftelijk op het proces verbaal te reageren.

4.9 Binnen één maand na het geheel of gedeeltelijk doorlopen van de in dit artikel beschreven procedure van behandeling doet de CvG uitspraak in de vorm van een advies aan het bestuur.


Artikel 5. Beslissing

5.1 De beslissingen van de CvG kunnen inhouden

a) een niet ontvankelijk verklaring,

b) een ongegrond verklaring omdat het lid, tegen wie een klacht is ingediend overeenkomstig de beroeps- en gedragsregels zijn opdracht heeft uitgevoerd of

c) een advies aan Bestuur tot het opleggen van een strafsanctie aan het desbetreffende lid, omdat de klacht gegrond is.

5.2 Elke beslissing van de CvG wordt met redenen omkleed op schrift gesteld met mededeling van de stemverhouding ten aanzien van de beslissing en door de leden van de CvG ondertekend.

5.3 De CvG beslist met volstrekte meerderheid van stemmen. Voor een niet ontvankelijk verklaring als bedoeld in artikel 3.2 is een beslissing met algemene stemmen vereist.


Artikel 6. Sancties

6.1 Indien de CvG beslist aan het Bestuur te adviseren een strafsanctie aan het desbetreffende lid op te leggen, bestaat dat advies uit één of meer van de volgende straffen:

· waarschuwing

· berisping

· schorsing als lid voor de tijd van ten hoogste één jaar

· ontzetting uit het lidmaatschap


Artikel 7. Besluit

7.1 Het Bestuur beslist binnen acht weken na toezending van het advies.

7.2 Elke besluit van het Bestuur om het advies van de CvG te volgen of daarvan af te wijken wordt met redenen omkleed op schrift gesteld.

7.3 Het Bestuur zendt van zijn besluit onverwijld afschrift aan:

· degene tegen wie de klacht is ingediend;

· de klager;

· de CvG.


Artikel 8. Geheimhouding

8.1 De leden van de CvG zijn gebonden aan een geheimhoudingsplicht ten aanzien van hetgeen zij in hun rol van CvG lid te weten zijn gekomen en verplichten zich geen gevoelens en/of wetenswaardigheden te openbaren welke in de CvG en/of in het Bestuur zijn geuit.


Artikel 9

9.1 In alle gevallen, waarin dit reglement niet voorziet of waarvan de uitleg niet duidelijk is, handelen de CvG en het Bestuur naar eigen inzicht met hantering van normen, waarden en grondslagen, die in het maatschappelijk verkeer als algemeen aanvaardbaar worden beschouwd.